|
door:
Ir. Ed. J. Gubbels

Wat is Multidrug
Resistance?
Bij de normale gezonde
hond worden het hersenweefsel en het centrale zenuwstelsel beschermd
tegen de hoge concentraties van giftige stoffen (zoals
geneesmiddelen) die in de bloedbaan circuleren. Het “Multidrug
Resistance gen 1” (het MDR1 gen) heeft een belangrijke
functie in de barrière tussen de bloedvaten en het hersenweefsel.
Het codeert het eiwit P-glycoproteïne dat een onderdeel is van het
membraan in de bloed-hersen-barriëre. P-glycoproteïne zorgt ervoor
dat allerlei giftige stoffen (onder andere geneesmiddelen zoals
Ivermectine) vanuit de hersencellen worden teruggevoerd in het
bloed.
Het verschijnsel
“Ivermectine-overgevoeligheid bij Collies en Collie-achtigen”
werd voor het eerst beschreven in 1983. Ivermectine (een middel
tegen parasieten) veroorzaakt vergiftigingsverschijnselen in de
hersenen bij een deel van de Collies. Dat gebeurt al bij doseringen
die één-tweehonderste deel zijn van de doseringen die bij andere
honden tot schade leiden. De dieren die het treft gaan vaak
overmatig speekselen, ze gaan braken, krijgen elepitiforme
aanvallen, ze krijgen spijsverterings- en ademhalingsstoornissen en
kunnen in coma raken en zelfs overlijden.
Honden die aan
overgevoeligheid voor Ivermectine lijden, blijken overgevoelig te
zijn voor een reeks van geneesmiddelen.
Een DNA-test voor MDR1
top
Dr. Katrina Mealey en haar collega’s van het
Department of Veterinary
Clinical Sciences van Washington State
University ontdekten dat overgevoeligheid voor Ivermectine wordt
veroorzaakt door een deletie (een verliesmutatie) in het gen voor
MDR1.
De afwijking vererft autosomaal recessief, het mutante alle wordt
met “mdr1-1Δ”
aangeduid. De dominantie van het “normale” allel
MDR1
over het mutante allel is niet volledig, er zijn voorbeelden van
heterozygote dieren (dragers) die gevoelig blijken te zijn voor hoge
doseringen van de stoffen die fataal kunnen worden voor de dieren
die homozygoot zijn voor het afwijkende allel (“lijders”).
In het mutante
allel mdr1-1Δ zijn er zodanige fouten in de codering voor
P-glycoproteïne ontstaan dat dit resulteert in een eiwit dat zijn
functie volledig is kwijtgeraakt. Momenteel zijn er tenminste
twintig geneesmiddelen bekend waarvan het bewezen is, dat de
hersencellen ertegen worden beschermd dankzij de werking van
P-glycoproteïne. Van een deel van die stoffen is bekend dat ze ook
schade kunnen veroorzaken bij heterozygote dieren (dragers), dieren
die maar één mdr1-1Δ allel hebben.
De
MDR1
DNA-test geeft drie mogelijke resultaten:
top
-
Uw hond is “vrij” (en
heeft twee "gezonde" allelen:
MDR1/MDR1).
De hond zal bij gebruik van risico-geneesmiddelen geen
overgevoeligheidsreacties krijgen en, minstens zo belangrijk,
kan de afwijking niet doorgeven aan de volgende generatie.
-
Uw hond is “drager” (en
heeft één “gezond” allel en een “defect” allel:
MDR1/mdr1-1Δ).
De hond zal het mutante allel aan de helft van zijn nakomelingen
doorgeven. Dragers kunnen vergiftigingsverschijnselen krijgen
bij toediening van een normale dosis loperamide (Imodium®), en
van een aantal geneesmiddelen tegen kanker of bij toediening van
een hoge dosis Ivermectin (meer dan 50 microgram per kilogram).
“Risico-geneesmiddelen” voor overgevoelige honden
top
In de literatuur wordt een aantal
geneesmiddelen gemeld die overgevoeligheidsreacties veroorzaken bij
honden (met name bij Collies en Collie-achtige honden). Zodra een
dier dat aan overgevoeligheid lijdt medicatie nodig heeft, is het
verstandig om de meest recente versie van de lijst met
“Risico-geneesmiddelen” te raadplegen. Het is te verwachten dat deze
lijst wordt uitgebreid naarmate er meer onderzoek wordt gedaan. Uit
biochemisch onderzoek blijkt dat het gen
MDR1
een rol speelt bij tenminste vijftig verschillende geneesmiddelen.
Het Veterinary Clinical Pharmacology
Laboratory (VCPL) van het College of Veterinary Medicine van
Washington State University publiceert op haar webpagina de meest
recente ontwikkelingen in het farmacologisch onderzoek op het gebied
van “Multidrug Resistance”.
Voordat u geneesmiddelen toedient,
kijk altijd eerst op deze webpagina van VCPL, zodat u op de
hoogte bent van de meest recente gegevens:
http://www.vetmed.wsu.edu/depts-VCPL/#Drugs
De lijst van 1 december 2005 omvat
de “Problem Drugs“, de geneesmiddelen waarvan is aangetoond
dat ze problemen veroorzaakten bij honden met de MDR1
mutatie:
top
|
Acepromazine |
verdovingsmiddel |
|
Butorphanol |
pijnstiller |
|
Cyclosporine |
ter
onderdrukking van de werking van het immuunsysteem |
|
Digoxin |
ter
versterking van de hartfunctie |
|
Doxorubicin |
celgroeiremmer, ter bestrijding van tumoren |
|
Ivermectin |
tegen parasieten zoals luizen, mijten en
wormen |
|
Loperamide |
ter bestrijding van diaree |
|
Vinblastine |
celgroeiremmer, ter bestrijding van tumoren |
|
Vincristine |
celgroeiremmer, ter bestrijding van tumoren |
en de
“Potential
Problem Drugs“,
de geneesmiddelen die er ernstig van worden verdacht dat ze
problemen zouden kunnen veroorzaken bij honden die de
MDR1
mutatie hebben:
Domperidone |
tegen misselijkheid en
maagklachten |
Etoposide |
celgroeiremmer, ter bestrijding van tumoren |
Mitoxantrone |
celgroeiremmer, ter bestrijding van tumoren |
Morphine |
verdovingsmiddel, vooral
pijnstiller |
Ondansetron |
ter
bestrijding van misselijkheid en braken |
Paclitaxel |
celgroeiremmer, ter bestrijding van tumoren |
Quinidine |
tegen
hartritmestoornissen |
Rifampicine |
antibioticum |
Overgevoeligheid voor
bepaalde geneesmiddelen werd voor het eerst vastgesteld en
beschreven bij Collies (Schotse Herdershonden). Oorspronkelijk werd
de afwijking aangeduid als “Ivermectine overgevoeligheid”. Uit het
onderzoek van de laatste jaren is gebleken dat Ivermectine “slechts
één van de geneesmiddelen” is die tot schade kunnen leiden.
Bovendien bleek dat deze erfelijke afwijking niet alleen bij de
Collie voorkomt, maar verder bij een hele reeks Collie-rassen.
Dr. Mark Neff en zijn
collega’s hebben aangetoond dat het mutante allel mdr1-1Δ
moet zijn ontstaan bij een hond die hoorde tot de vroegste Engelse
schapendrijversrassen (de “working sheepdogs”), vóór de oprichting
van de stamboeken rond 1873. Vanuit die basispopulaties werd het
defecte allel ingebracht in de meeste moderne Collie-rassen en ook
in een aantal andere rassen.
Recent onderzoek toont
aan dat driekwart van de Collies in Amerika het allel mdr1-1Δ
heeft (in homozygote of in heterozygote vorm). Ongeveer dezelfde
frequenties worden in Frankrijk en in Australië gevonden. We moeten
aannemen dat dit voor de Collies wereldwijd geldt.
Behalve bij de
Collie en verwante rassen zoals de Shetland Sheepdog (Sheltie),
de Border Collie, de Bearded Collie, de Australian
Shepherd, de Australian Cattledog en de Old English
Sheepdog, werd het mdr1-1Δ allel ook aangetoond bij
Duitse Herders, Langharige Whippets, Silken Windhounds
en bij een reeks van bastaarden met “collie-bloed”.
In het verleden, toen
de rassen ontstonden, werden er vaak dieren uit andere rassen
gebruikt om bepaalde kenmerken in het ras te verbeteren. In dat
proces waarbij “gewenste genen’ werden ingebracht, was het
natuurlijk onvermijdelijk dat allerlei ongewenste genen mee over
gingen van het ene naar het andere ras. We moeten er dan ook
rekening mee houden dat we het defecte allel voor “Multidrug
Resistance” (mdr1-1Δ) ook bij andere, geheel onverwachte
rassen kunnen vinden.
Indien we
overgevoeligheid voor geneesmiddelen aantreffen bij een ras dat in
het verleden “familiebanden” had met de oude Engelse “working
sheepdogs” of misschien met een of meer van de moderne Collie-rassen,
is het verstandig om met de DNA-test te laten controleren of de
erfelijke variant van het MDR1 gen is het spel is. Mocht dat
zo zijn, dan hebt u in ieder geval een mogelijkheid om effectief
tegen de afwijking te selecteren en die daarmee uit uw lijn, en
misschien wel uit het hele ras, kwijt te raken. Wat minstens zo
belangrijk is, indien het defecte allel in uw ras aanwezig blijkt te
zijn, kunnen eigenaren van huishonden voorkomen dat hun hond het
slachtoffer wordt van geneesmiddelen die rampzalig kunnen zijn voor
dieren die het afwijkende allel hebben.
Bij rassen die met een zo ernstige
erfelijke afwijking te maken hebben, is het van belang te voorkomen
dat de erfelijke ziekte zich verder verspreidt in volgende
generaties. Dat betekent dat de fokkers samen, en elk afzonderlijk,
een beleid moeten inzetten dat erop gericht is om de verspreiding
binnen het ras en binnen de lijnen tegen te gaan. Zodra het
duidelijk is dat binnen een ras een erfelijke afwijking voorkomt,
willen sommigen niets liever dan zo snel mogelijk alle dieren
uitsluiten die de “foute” erfelijke aanleg hebben.
Dat is niet altijd verstandig. In
het verleden hebben we te vaak gezien dat er van een ras zoveel
dieren (en hele lijnen) werden uitgesloten, dat er daarna problemen
ontstonden met inteelt en met andere erfelijke afwijkingen. Zeker
wanneer een afwijking veelvuldig voorkomt is het van het grootste
belang om als rasvereniging (als samenwerkende fokkers) een beleid
uit te stippelen waarbij het probleem in een aantal generaties wordt
teruggedrongen om het uiteindelijk helemaal kwijt te raken. Daarmee
wordt zoveel mogelijk van de erfelijke variatie van het ras
behouden.
Met de beschikbaarheid van
DNA-testen zoals de MDR1-test
kan dat. Elk dier met de defecte erfelijke aanleg heeft daarnaast
natuurlijk ook goede en belangrijke genen waarvan het de moeite
waard is die te behouden voor het ras. Bij de nakomelingen van een
belangrijk fokdier dat over het defecte gen
mdr1-1Δ
beschikt, kunnen we op zoek gaan naar waardige opvolgers waarin de
positieve eigenschappen van dat dier behouden blijven voor het ras.
We zullen dan, tijdelijk gebruik makend van dragers, de nakomelingen
in volgende generaties moeten testen om de vrije dieren op te
sporen.
Door dragers alleen
maar te gebruiken in combinatie met vrije honden wordt vermeden dat
er dieren worden geboren die aan de ernstigste vorm van
overgevoeligheid lijden. Daarbij moeten we natuurlijk wèl in
gedachten houden dat ook de dragers (MDR1/mdr1-1Δ) niet
helemaal vrij zijn van problemen. Er kunnen situaties ontstaan
waarbij geneesmiddelen moeten worden toegediend, die voor deze
dieren gevaarlijk (kunnen) zijn. Het is dan ook van belang, wanneer
deze dieren geneesmiddelen nodig hebben, om de lijst met
“Risico-geneesmiddelen” te raadplegen.
Genetic Counselling Services (GCS)
organiseert en coördineert de testen voor het
MDR1-gendefect
in
Nederland en
een aantal andere Europese landen. Als u uw hond wilt laten testen
moet u een <meldingsformulier>
invullen en printen. U kunt de test op twee manieren laten
uitvoeren.
- Indien u een certificaat wilt met de testresultaten voor
uw hond, moet u naar uw dierenarts gaan met het
meldingsformulier en een kopie van het identificatie-document
(bijvoorbeeld de stamboom). Uw dierenarts controleert dan de
identiteit van uw hond en stuurt het volledig ingevulde en
ondertekende meldingsformulier en de kopie van het
identificatie-document samen met het monster (EDTA-bloed of de swabs)
naar GCS. Binnen drie weken na ontvangst van het monster zal GCS u
een certificaat toesturen met daarop de gegevens van de
identiteit van uw hond en het resultaat van de test.
- Indien u slechts een testresultaat
wilt voor een monster, moet u het door u ingevulde en
ondertekende meldingsrapport samen met het monster naar GCS sturen.
Het is van belang om, behalve uw gegevens, zoveel mogelijk gegevens
over uw hond in te vullen. Daarmee wordt het voor uw rasvereniging
mogelijk om een beleid te ontwikkelen waarmee het
MDR1-probleem
op termijn voor uw ras kan worden opgelost. Binnen drie weken na
ontvangst van het monster stuurt GCS u een verklaring met de uitslag
van de test.
De prijs voor deze DNA-test vindt u <hier>.
Indien u naar uw
dierenarts gaat om EDTA-bloed van uw hond te laten afnemen
voor de MDR1-test, kunt u overwegen om dit gelijktijdig te
laten doen voor de opslag van een bloedmonster in de DNA-databank.
Die DNA-databank heeft een aantal voordelen voor u. Onder andere
kunt u daarvan gebruik maken indien er in de toekomst DNA-testen
beschikbaar komen voor andere erfelijke afwijkingen. U kunt dan uw
hond laten testen zonder dat daarvoor opnieuw bloed moet worden
afgenomen. Het monster blijft gedurende 25 jaar ter beschikking van
u en u kunt al die tijd testen laten uitvoeren.
Om van beide diensten gebruik te maken moet u zowel “MDR1”
als “DNA-databank” op uw meldingsformulier aankruisen. Over
het belang van de DNA-databank kunt u lezen op de <betreffende webpagina>.
Voor verdere
details zie:
Ed.J.
Gubbels (2005): De
DNA-databank, een
biologisch archief
|